Ja, toen zat ik opeens in Laos. We hadden vrij snel besloten om met het vliegtuig te gaan. Ik had me al geestelijk voorbereid op twee lange vervelende reisdagen met de bus, maar daar hadden we beiden helemaal geen zin in, dus dan maar met het vliegtuig. Van hotel naar hotel waren we iets van 3.30 uur onderweg, dat is iets anders dan twee dagen.

Ik was door alle voorbereidingen voor Vietnam en Cambodja nog helemaal niet toe gekomen aan bijlezen over Laos. Dus dan sta je daar opeens in een vreemd land. Dat bedacht ik me pas toen de tuk tuk chauffeur op het vliegtuig opeens in kip (lokale munteenheid) ging onderhandelen. In Cambodja gaat echt alles in dollar, hier kennelijk niet, je kan wel in dollar betalen maar dan voor een hele slechte koers. Zo kwamen we gelijk andere verschillen tegen. Andere vervoersmiddellen, De tuk tuk’s zijn totaal verschillend dan in Cambodja, de busjes zijn anders, en je ziet hier ook veel een motor met zijspan als goedkope tuk tuk. De winkels zijn hier kennelijk allemaal op zondag dicht (moet ik opeens weer onthouden welke dag het is) en ze hebben weer andere prijzen voor dingen.

We zijn naar een guesthouse gegaan wat we van te voren hadden uitgezocht, zag er goed uit voor een goede prijs. Hier heb ik dan ook maar de hele dag gezeten en in de Lonely Planet gelezen over Laos. Weer een beetje bijgelezen had ik besloten dat ik het een leuk land ga vinden en had gelijk zin om het te gaan ontdekken. Zo had ik bijvoorbeeld gelezen dat in de buurt van Pakse het Bolaven Plateau ligt, dat is een berggebied met allemaal watervallen en erg leuk om rond te reizen met de motor. Pakse zelf was niet zo interessant dus we hebben gelijk de volgende dag een motorfiets gehuurd voor drie dagen om het plateau te verkennen. Onze grote tassen konden we bij het guesthouse laten liggen en nadat we twee kleine tassen aan de moter vast hadden gebonden waren we klaar om te gaan. We hadden alleen de kleine kaart van de Lonely Planet, het was namelijk zondag en alle winkels waren dus dicht. Maar we hadden besloten dat er niet zo heel veel wegen waren dus dat we het daarmee wel konden redden.

De eerste dag van onze tocht zijn we naar Pak Song gegaan, dit ligt midden op het plateau. We hadden gelezen dat er een waterval in de buurt van de weg lag die wel 100 meter lang was, de Tat Fan waterval. Na de eerste bordjes waterval te volgen, kwamen we uit bij een klein mooi watervalletje, waar we van steen naar naar moesten springen om dichterbij te komen (Mark vond het was lastiger en moest terug met een natte kont). Het was er erg mooi en er was helemaal niemand. Maar we waren niet bij de goede waterval, we waren bij de E-Tu waterval. Dus na verder rijden en nog steeds geen bordjes Tat Fan waterval, zijn we maar weer naar een andere waterval gegaan die ook dicht langs de route zat. Ook deze was weer erg mooi. Daar waren ook een groep studenten, waarvan er eentje met ons mee liep en opeens allemaal vragen begon te stellen over kerstmis. Wat bleek, ze hadden van hun Engelse docent een opdracht gekregen dat ze een buitenlander moesten interviewen over kerstmis. Dus nadat we gingen zitten en ze hun opdracht uitlegte, kregen we een papier in onze hand en gingen ze vragen stellen, waarna wij zelf onze antwoord op mochten schrijven. Zo werdt ook gelijk mijn Engels getest, de studenten waren een stuk beter in spellen en bleven mij constant verbeteren. Het was wel erg gezellig en leuk om even met de studenten daar te spreken en horen hoe het studenten leven in Laos gaat. Nadat we zes keer getekend hadden, zodat ze konden bewijzen dat ze ons echt hebben geinterviewd, kregen we twee bananen en gingen ze weer naar huis. Ook vertelde ze dat de Tat Fan waterval aan de andere kant van de weg lag, maar het werd al laat, dus zijn we maar doorgereden naar Pak Song. Bij het afstappen raakte ik met me blote been per ongelijk de uitlaat aan en heb daar een brandwond van overgehouden, hopelijk heelt het snel, maar het ziet er wel naar uit dat ik er een litteken aan over houd.

In Pak Song hadden we een gezellig rustig guesthouse gevonden en gingen we daarna op zoek naar een restaurant. Het bleek opeens heel erg koud te zijn en we hadden niet echt warme kleren mee. Dus zijn we maar de eerste beste restaurant binnen gegaan. We hebben daar heerlijk lokaal eten gegeten, alleen duurde het wel allemaal erg lang en daarbinnen was het ook koud. Nadat we weer op de motor bij onze guest house waren aangekomen waren we alletwee bevroren. Na een niet zo warme douche zijn we maar bibberend onder de dekens gekropen.

De volgende dag was een erg leuk avondtuurlijke dag. Eerst zijn we weer terug gegaan naar de Tat Fan waterval, die wilden we toch eigenlijk wel graag zien. Je kan hem alleen van een afstand bekijken, vanaf de andere kant van het dal, of je moet een dag besteden aan een jungle tocht, maar wij waren al bezig met een motortocht. Vanaf het restaurant van een resort kan je de waterval goed zien en daar hebben we ook heerlijk ontbeten. Er was een beter uitzichtpunt een beetje lager, maar we werden al gewaarschuwd dat het wel een moeilijke klim was. We zijn toch maar nog een stukje naar beneden gegaan, was een erg leuke klim, maar wel moeilijk, vooral door loszittend zand, waardoor je makkelijk wegglijd. Het uitzicht was prachtig. (zie foto’s) Weer boven aangekomen gingen we weer verder, dwars door het plateau richting Attapeu. Nadat we weer voorbij Pak Song waren en bij een spitsing het bordje Attapeu volgde, kwamen we opeens op een hele slechte weg. In het begin was er asfalt, maar het was een grote gatenkaas. Sneller dan 30 km/h konden we niet en het was letterlijk slalommen om de gaten heen. Op een gegeven mement stopte het asfalt helemaal en was het alleen nog maar zand. Het zandpad ging dwars door de bergen. Midden in de jungle en af en toe kleine dorpjes. De mensen hier zien niet veel buitenlanders dus we hebben weer uitgebreid gezwaait. Ik voelde me weer net de koningin, kinderen komen naar buiten rennen om te zwaaien, iedereen stopt waar die mee bezig is om ons aan te staren, erg grappig. Maar het zandweggetje, waarop we de hele tijd moesten remmen voor gaten en gas geven voor heuvels was wel bezine slurpend, en op een gegeven moment stond de meter wel erg laag. Dus wij bij dorpen stil staan. En de klep open doen, en wijzen dat we benzine nodig hebben. De mensen hier hebben zelf geen motorvoertuigen en dus ook geen benzine, ze keken ons steeds met grote ogen aan een gebaarde dat er verder wel wat was, allemaal hielden ze 2 tot 5 vingers omhoog om te zeggen dat het nog maar 5 km verder was. Gelukkig stonden we boven aan een berg toen we erachter kwamen dat het benzine bijna op was. Dus Mark deed telkens de motor uit als we naar beneden gaan. In het totaal hebben we zo’n 20 km zonder motor gereden, alleen maar vooruit gegaan door de zwaartekracht, met een langste stuk van 4 km. Wat erg lang is als je bedenk dat dat op deze wegen niet harder dan 30 kan. Eindelijk na lang zoeken kwamen we een kraampje tegen met benzine. Deze zouden we niet gehaald hebben als we niet zo ver zonder motor konden rijden. Ondertussen genoten we van het uitzicht: Jungle, bergen, wild water, bergvolkeren. Vlak voordat de zon onder ging kwamen we aan in Attapeu. Ook daar hebben we weer lekker gegeten. We kregen een hotpot. Dat is een grote pot kokende bouillon. (deze blijft gewoon koken door stoom) waar we groente, noedels en hele dunne plakke vlees in deden. En er na een tijdje weer met stokjes eruit konden vissen. Jummie…

De volgede dag moeste we weer helemaal terug naar Pakse, we stonden vroeg op omdat we dachten dat het een lange tocht zou worden. We zijn helemaal om het plateau heen gereden omdat dat er goede weg is. Wij hebben hier gemerkt dat je behalve een afstand ook de kwaliteit van de weg moet weten, wat dat kan heel erg verschillen in hoe hard je kan. De weg terug hadden we weer een goede asfalt weg. Hierop konden we iets van 70 km/uur. Niet sneller dan dat, want de mensen hier hebben hun vee hier los rond laten lopen. We hebben ontelbaar vaak moeten stoppen voor overstekende koeien, varkens, kippen, buffels, kinderen en een slang. Maarja, zo krijg je wel het boerenleven gevoel mee. Onderweg zijn we nog een kleine bosbrand tegengekomen. We wisten niet of deze expres, voor landwinning, of niet expres was aangestoken. Maar we gokte expres, want we zagen niemend die bezig was met blussen of bezorgde buurtbewoners. Half 2 waren we al thuis, door de goede weg en nauwelijks tussenstops. En hadden we de rest van de middag de tijd om bij te komen van de reis.

Morgen gaan we naar Savannakhet een beetje meer in het noorden, we hebben al allemaal plannen wat we daar in de buurt willen doen, maar dat lezen jullie volgende keer weer van Mark.