Zoals jullie allemaal konden lezen in Barbara’s post hieronder zijn we bezig met de laatste weken van onze vakantie. Omdat we dit graag willen vieren, tenslotte is het vooruitzicht op regen en 10 graden buitentemperatuur natuurlijk overweldigend aantrekkelijk, hebben we besloten om de laatste week in Laos af te sluiten met een triathlon. Verdeelt over 4 dagen, want we zijn natuurlijk wel op vakantie !!

We begonnen de triathlon met een simpele sport. Tegen een berg oplopen met een touw om je middel, bij de meesten bekend als bergbeklimmen. Nu moeten jullie weten dat er in de Obrechtstraat een mogelijkheid bestaat om te oefenen met grepen. Natuurlijk heb ik dat nooit gedaan, maar ik ontdekte al snel dat ik mijzelf met pijn en moeite omhoog krijg. En ook de praktijk op de berg wees hetzelfde uit.. Bergbeklimmen is erg leuk, maar wel zwaar voor de armen.

Gelukkig hadden Barbara en ik een amerikaan ontmoet die (dat geluk hebben wij weer) tot 5 maanden geleden nog regelmatig op een berg klom en zelfs les gaf in bergbeklimmen. Matt, zoals de knul heette, ging met onze groep mee en zodoende gingen we met 5 man en een Laotiaanse gids naar een bergwand in de buurt van Luang Prabang. De eerste klim viel mij eigenlijk nog wel mee, maar na de tweede klim kwamen mij armen toch in opstand. Met wat gegrom, wat mij verwonderde blikken van beneden opleverde, bedwong ik toch een categorie 5a-berg. En dat is lastig, schijnt. Barbara ging het allemaal wat beter af, misschien doordat ze al eens met haar broers op bergen had geklommen? In ieder geval hebben we ons kostelijk vermaakt en heeft Matt zijn klimervaring weer wat naar boven kunnen halen door de gids te helpen. Iedereen ging tevreden maar moe naar huis.

De volgende dag klommen we op de fiets, mede omdat ik toch het terrein moet verkennen voor mijn ouders, als deze in de komende jaren ook Laos willen bezoeken op de tweewieler. Ik raad het hun zeker aan, maar neem wel extra onderdelen mee.. Ik reed aan het einde zo hard over de stenen in de weg dat mijn voorvering uit elkaar plofte. Alleen wat olie op mijn voeten was de enige schade. Maar goed.. het fietsen rond Luang Prabang, want dat deden we dus. We deden de fietstocht samen met twee Engelsen die al 2 jaar de wereld rondzeilden, en die waren overgevlogen vanuit Singapore. Altijd leuk om wat meer te weten te komen over andere mensen. De tocht begon gelijk stevig met alleen maar bergen die daalden en stegen, en we moesten direct aan de bak. De zon en het feit dat de versnellingen niet allemaal even goed werkte maakte het niet altijd even makkelijk, maar het was meer dan de moeite waard. We reden van dorp naar dorp en overal waar we kwamen werden we begroet door de kinderen van het desbetreffende dorp. We schoten ons fototoestel vol en de kinderen lachten ons allemaal vrolijk toe, je kon wel zien dat ze echt genoten van “de lange blanken met de grote neuzen” zoals we werden genoemd volgens de gids. In het laatste dorp waar we stil stonden werden we niet alleen begroet door de kinderen van het dorp, maar ook door een dronken dorpbewoner. Wat was er aan de hand? Nou, er was iemand ziek geworden in het dorp en daarom werdt er een ceremonie gehouden om deze man beter te maken. Het houd het volgende in: Je bind een touwtje om de pols van de zieke persoon en wenst hem geluk en beterschap. Daarna drink je een glas rijstwijn en ga je weer zitten. Jammer voor ons waren we gelijk de eregast, dus ik mocht er direct twee glazen rijstwijn ingooien. Het hele dorp was ondertussen in de hut aanwezig waar we zaten en dus mochten we pas weg als we met iedereen een toost hadden gedaan. Gelukkig kwam de gids tussenbeide en konden we nog nuchter zat de reis vervolgen.

Omdat onze gids op een mountainbike reed waarvan de versnelling kapot was, en hij dus iedere berg op moest lopen deden we niet het volle rondje, maar dat vonden Barbara en ik beiden niet erg. Toen we om 17.00 weer terug waren in Luang Prabang voelden we de spierpijn al in de benen. Samen met de spierpijn in de armen van het bergbeklimmen de dag ervoor was de warme douche een goede vriend. Toen we ons eenmaal hadden opgefrist gingen we onze laatste avond in Luang Prabang vieren met een etentje met twee vrienden (waaronder Matt, die met ons mee was bergbeklimmen) die we hadden ontmoet op onze reis. Al met een al een geslaagde avond en een mooi afscheid van het noordelijkste wat wij zijn gekomen in Laos.

De volgende dag was een rustdag voor ons, en deze benutte wij om van Luang Prabang naar Vang Vieng te komen. Inderdaad, Vang Vieng was dezelfde plaats waar Barbara over schreef in de vorige post. Van rusten kwam niet heel veel in de 6 uur durende busrit, want deze reed een rit door de bergen die ik echt eens met de motor moet doen. van de 6 uur rijden zijn er 5 uur alleen maar haarspeldbochten !! De uitzichten zijn geweldig, maar je moet geen volle maag hebben.

Zaterdag (de dag daarop) gingen we de kajakken. We begonnen in Vang Vieng en eindigde in Vientiane, en dat kwam goed uit.. want we zijn op weg naar Bangkok, vanwaar we donderdag terugvliegen naar Hong Kong. Het kajakken was in het begin redelijk kalm, al waren er een paar kleine waterversnellingen. Het echte werk begon halverwege waar we de grootste waterversnelling hadden van de trip. Op de fotos is te zien hoe wij het er vanaf brachten. We hadden het geluk dat we 3 keer van deze waterversnelling af mochten en alleen de eerste keer kwamen we er (redelijk) droog door. Naast deze waterversnelling aten we onze lunch, en zodoende konden we zien hoe andere mensen het ook niet haalden. Van de kant klonk luid gejuich als het wel lukte. Volgens de gids haalde 50% het niet, maar volgens ons was dat getal wel 80%. En we zijn nu in het droge seizoen, dus dat betekent dat de rivier “kalm” is. Ik ben benieuwd hoe je hier doorheen komt met het natte seizoen.

Na deze 2 uur nat vermaak, kajakten we verder de rivier af waar we aankwamen bij een 7 meter hoge sprong van een rots. Natuurlijk wilde ik daar even vanaf springen, tenslotte had ik al geoefend tijdens het tuben. De sprong zelf was lager dan bij het tuben, maar de impact op het water even zo groot. Blij dat ik sandalen droeg !! Op de foto hieronder ben ik net te zien bovenin. Na het kajakken waren we in Vientiane afgezet, en konden we op zoek naar een guesthouse. Even vergeten dat het zaterdagavond was, en alles dus vol was. Na een uurtje rondlopen met de rugtassen op onze rug hadden we eindelijk een plek kunnen vinden. Tevreden gingen we eten en daarna naar bed..

Vandaag (zondag) hebben we even uitgerust en zijn we naar het buddhapark buiten Vientiane geweest. Het buddhapark is gemaakt in de 50-er jaren door een kunstenaar die door een geest was aangeraakt. Hij stichtte een sekte en zij maakten de beelden in het park. Er was een mooie voorstelling van de hel, uitgehakt in een soort pompoen die je kon beklimmen, en een grote liggende boeddha was het hoogtepunt. We hebben de hele dag rustig aan gedaan, na een markt bezocht te hebben zijn we weer naar het guesthouse gegaan. Morgenavond nemen we de nachttrein naar Bangkok, waar we gaan winkelen.Barbara zal nog een stukje schrijven over haar ervaringen in Bangkok, dus blijf lezen en reageren!